Biobased isolatie klinkt mooi, maar isoleert het wel net zo goed als traditionele isolatiematerialen zoals glaswol of PIR? Het is een vraag die we wekelijks krijgen van woningeigenaren in Limburg en Noord-Brabant die hun huis willen verduurzamen. Het korte antwoord? Biobased isolatiematerialen zoals cellulose, houtvezel en stro hebben een vergelijkbare lambda-waarde als glaswol (rond 0,038 W/mK), presteren beduidend beter op zomercomfort en faseverschuiving, en komen sinds 2024 in aanmerking voor een biobased bonus binnen de ISDE-subsidie.
In deze blog zetten we de zes belangrijkste vergelijkingsdimensies voor isolatie eerlijk naast elkaar met cijfers, brongegevens en wat we in onze projecten in de praktijk zien.
Voor we vergelijken, even het speelveld afbakenen.
Onder traditionele isolatie verstaan we materialen die al decennialang de standaard zijn in de bouw. Ze zijn ofwel mineraal (gesmolten gesteente of glas) ofwel synthetisch (op basis van aardolie):
Biobased isolatie is gemaakt van plantaardige of hernieuwbare grondstoffen. De grondstof groeit (deels) terug en legt tijdens die groei CO₂ vast:
Een buitenbeentje in dit verhaal is SLS20F, een minerale glaskorrel-isolatie van 100% gerecycled glas. Strikt genomen niet biobased, wel circulair én onmisbaar voor situaties waar biobased technisch niet past.
Materiaal | Type | Grondstof | Toepassing |
|---|---|---|---|
Stro | Biobased | Tarwe/miscanthus | Dak, muur, vloer |
Houtvezelisolatie | Biobased | Onbehandeld hout | Dak, houtskeletbouw, vloer |
Cellulose inblaasisolatie (iQ3) | Biobased | Gerecycled papier | Dak, houtskeletbouw, plafond |
SLS20F | Mineraal-circulair | Gerecycled glas | Spouwmuur |
Glaswol | Mineraal | Glas/zand | Spouw, dak, vloer |
Steenwol | Mineraal | Basaltgesteente | Spouw, dak, brandscheiding |
PIR | Synthetisch | Aardolie | Plat dak, dunne isolatielaag |
De lambda-waarde geeft aan hoe goed een materiaal warmte geleidt. Hoe lager, hoe beter het isoleert. De Rd-waarde combineert lambda met dikte en is wat uiteindelijk telt voor subsidie-eisen (minimaal 3,5 m²K/W bij ISDE). PIR isoleert per centimeter het beste. Biobased materialen presteren gelijkwaardig aan glas- en steenwol, maar je hebt iets meer dikte nodig dan bij PIR. In onze projecten in Limburg en Noord-Brabant zien we dat dat in een renovatie zelden een echt probleem is. Bij dakisolatie tussen kepers is de constructiediepte vrijwel altijd voldoende, en bij houtskeletbouw bepaal je de dikte zelf. Voor een Rd van 6,18 m²K/W (ruim boven de subsidie-eis) is 235 mm cellulose voldoende. Betekent dit dan dat PIR de beste isolatie is? Nee zeker niet, lambda vertelt niet het hele verhaal, vooral niet in de zomer.
Biobased = dampopen en vochtbufferend. Cellulose kan tijdelijk tot 20% van zijn volume aan vocht opnemen voordat de isolerende werking afneemt. Houtvezel en stro doen iets vergelijkbaars. Vocht migreert door de constructie naar de juiste kant en wordt onderweg gebufferd. Dat zorgt voor een stabiel binnenklimaat zonder schimmelvorming en zonder risico op condens binnen de isolatielaag.
Traditioneel = vochtgevoelig of damprem. Glas- en steenwol verliezen isolerend vermogen wanneer ze nat worden. PIR is vrijwel damp-dicht, wat in theorie aantrekkelijk klinkt, maar in renovatieprojecten regelmatig leidt tot condensproblemen wanneer de damprem niet luchtdicht wordt aangesloten. We zijn op meer dan één project geroepen om verkeerd toegepaste PIR te vervangen door cellulose precies om die reden.
Daarnaast geven biobased materialen geen jeukvezels af tijdens verwerking en bevatten ze geen formaldehyde of andere VOC’s. Voor mensen met luchtwegklachten of allergieën is dat een serieuze reden om biobased te kiezen, zoals ook Limburg verduurzaamt bevestigt.
Op brandveiligheid is het beeld genuanceerd en scoren beide materialen prima. Steenwol en glaskorrel-isolatie staan bovenaan, deze materialen branden letterlijk niet. Cellulose presteert verrassend goed voor een biobased materiaal. PIR en EPS scoren op het gebied van brandveiligheid in dezelfde klasse als stro en houtvezel. Maar hierbij is er een belangrijke kanttekening. PIR en EPS geven bij brand giftige gassen vrij, stro en houtvezel niet. In een wooncontext is dat een serieus verschil, niet voor de bouwregelgeving, wel voor de bewoners. Voor situaties waar maximale brandveiligheid vereist is, bijvoorbeeld een spouwmuur in een gebouw met hogere brandklasse-eisen, zetten we SLS20F glaskorrel-isolatie in. Je behoudt dan de circulaire eigenschappen (100% gerecycled glas) zonder concessies aan brandveiligheid.
Dit is de dimensie waar biobased duidelijk wint. MKI (Milieu Kosten Indicator) drukt de totale milieu-impact van een product over de hele levenscyclus uit in één getal. Hoe lager, hoe duurzamer. Vanaf 2026 hanteert RVO een aangepaste MKI-grens van 1,90 (was 0,85) bij een Rd-waarde van minimaal 3,5 m²K/W om in aanmerking te komen voor de biobased bonus binnen de ISDE. De rekenmethodiek is veranderd, waardoor scores over de hele linie hoger uitvallen. De meeste materialen die in 2025 voldeden, voldoen ook in 2026. Biobased materialen scoren stelselmatig lager op MKI dan synthetische:
PIR en EPS daarentegen zijn aardolie-gebaseerd, slecht recyclebaar en eindigen meestal als afval. Glas- en steenwol zijn beter recyclebaar maar hebben een energie-intensief productieproces. Wil je meer weten over wat circulair bouwen praktisch betekent? We hebben er een aparte pagina over circulaire bouwmaterialen.
Faseverschuiving is de tijd die warmte nodig heeft om dwars door je isolatielaag heen te dringen. Hoe hoger dit getal, hoe langer de hitte buiten blijft. Bij een faseverschuiving van 8 uur dringt de middagzon van 14:00 pas om 22:00 ’s avonds door tot in je slaapkamer, dán pas open je het raam en koelt het binnen razendsnel af. Op het gebied van faseverschuiving zijn biobased materialen significant beter dan tradtionele isolatiematerialen. Het verschil komt door de hoge dichtheid en specifieke warmtecapaciteit van biobased materialen. Cellulose, houtvezel en stro slaan warmte tijdelijk op en geven die pas vertraagd af. Lichte minerale of synthetische materialen doen dat niet, die zijn doorlatend voor warmtepieken. In onze projecten zien we dit duidelijk terug in het comfort. Woningen met biobased dakisolatie blijven ’s zomers structureel 3 tot 5 graden koeler op de zolderverdieping dan vergelijkbare woningen met glaswol of PIR. Dat is precies waarom we al jaren uitsluitend met biobased en SLS20F werken.
Isolatie | Faseverschuiving (uren) |
|---|---|
Stro inblaasisolatie (tarwe/miscanthus) | 8,7 |
Houtvezelisolatie (Gutex Thermofibre) | 8,0 |
Cellulose inblaasisolatie (iQ3) | 8,0 |
Hennepisolatie | 6,7 |
Grasvezelisolatie | 5,7 |
Vlasisolatie | 5,0 |
Schapenwol | 5,0 |
Katoenen isolatie (Metisse) | 4,8 |
Glaswol / PIR / EPS | < 3,0 |
Veel mensen denken dat biobased isolatie duurder is, maar dat klopt niet helemaal. Biobased materiaalkosten zijn volgens Milieu Centraal inderdaad vaak wat duurder dan traditionele isolatie. Maar de biobased bonus voor subsidie vergoed het verschil grotendeels. Voor 2026 gelden binnen de ISDE de volgende bonusbedragen bovenop de basissubsidie.
Bij combinatie van twee isolatiemaatregelen binnen 24 maanden verdubbelt het basisbedrag (de bonus niet). Een rekenvoorbeeld uit een recent project van ons, 60 m² dakisolatie met cellulose + 40 m² vloerisolatie met houtvezel binnen één jaar levert ongeveer € 2.910 aan ISDE-subsidie op, waarvan € 380 biobased bonus.
In onze projecten bekijken we altijd persoonlijk de situatie om te beslissen welk materiaal het beste past. We werken met verschillende materialen, allemaal met ecologische of circulaire grondstoffen, elk op de plek waar ze het beste presteren. Voor advies op maat kun je een gratis adviesgesprek inplannen.
“Biobased trekt ongedierte aan.” Onjuist voor de moderne biobased producten. Cellulose bevat stoffen die zowel insecten als knaagdieren afstoten. Bij stro wordt restgraan tijdens productie volledig verwijderd, waardoor er geen voedingsbron meer is. Houtvezel heeft dezelfde functie. We zien in onze klantbestanden geen enkele klacht over ongedierte.
“Biobased is brandgevaarlijk.” Stro en houtvezel zitten in brandklasse E, net als PIR en EPS. Maar bij brand komen er bij biobased geen giftige verbrandingsgassen vrij. Cellulose zit in brandklasse B-s2,d0 en gedraagt zich bij brand als massief hout. Voor situaties waar A1-brandveiligheid vereist is, kies je SLS20F of steenwol.
“Biobased zakt in de loop der jaren in.” Niet bij correcte verwerking. Cruciaal is dat het materiaal door gecertificeerde verwerkers onder de juiste druk wordt ingeblazen, daarom werken we bij IsoClima met installatie door eigen vakmensen.
Bij IsoClima werken we al jaren uitsluitend met biobased isolatiematerialen zoals cellulose, houtvezel en stro, aangevuld met SLS20F glaskorrel-isolatie voor situaties waar biobased technisch niet de juiste keuze is. We zijn lid van de Nederlandse Vereniging Isolatiebedrijven (NVI), gecertificeerd voor het inblazen van iQ3 cellulose en werken in heel Limburg, Noord-Brabant en de aangrenzende regio’s in België. Tijdens een gratis adviesgesprek bekijken we welke isolatie bij jouw woning past, waar biobased de beste keuze is en waar een ander materiaal slimmer is. Indien gewenst, kunnen we je ook helpen met een berekening van de ISDE-subsidie.
Op pure isolatiewaarde scoren cellulose en houtvezel het hoogst (lambda 0,038 W/mK). Op zomercomfort en faseverschuiving wint stro met 8,7 uur. Welke voor jou de beste keuze is, hangt af van toepassing en constructie.
Ja. De biobased bonus blijft bestaan, met een aangepaste MKI-grens van 1,90 bij Rd ≥ 3,5 m²K/W. De materialen die wij toepassen, iQ3 cellulose, Gutex houtvezel en BioBlow stro, voldoen alle aan de nieuwe eisen. Volledige voorwaarden vind je op rvo.nl. Wil je advies op maat? Neem dan contact met ons op.
Bij correcte verwerking minimaal 50 jaar, in de praktijk vaak 75 jaar of langer. Dat is vergelijkbaar met of beter dan glaswol en PIR. De levensduur is gelijk aan de levensduur van de constructie waarin de isolatie zit.
Ja. iQ3 cellulose-isolatie heeft brandklasse B-s2,d0 en gedraagt zich bij brand als massief hout. Het is daarmee een van de meest brandveilige natuurlijke isolatiematerialen op de markt.
Beide hebben een lambda van 0,038 W/mK en faseverschuiving van 8 uur. Cellulose is gemaakt van gerecycled papier en heeft de laagste milieu-impact. Houtvezel (Gutex) is gemaakt van vers FSC-gecertificeerd hout en heeft een iets hoger warmte-accumulatievermogen. In houtskeletbouw kiezen we vaker houtvezel, in renovaties vaker cellulose.
Ja, en het is zelfs een aanbevolen combinatie. Een goed geïsoleerde woning met biobased materialen heeft een lagere warmtevraag, waardoor een (kleinere) warmtepomp efficiënter werkt. Beide maatregelen zijn los of gecombineerd subsidiabel binnen de ISDE.